Gesponsord door:
Terug Naar overzicht

Mariadistel: fytotherapeuticum voor leveraandoeningen en diabetes type 2

14-04-2020

Mariadistel (Silybum marianum) is bij uitstek een leverkruid of levertonicum. In Europa wordt mariadistel al meer dan 2000 jaar ingezet bij uiteenlopende ziekten van lever en galblaas en ter bescherming van lever en galblaas tegen toxines en andere schadelijke invloeden. Minder bekend is dat mariadistel de glucose- en vetstofwisseling ondersteunt, de glycemische controle bij diabetici verbetert en de alvleesklier beschermt tegen oxidatieve stress door een verhoogde bloedglucosespiegel. Tevens kan mariadistel helpen tegen dyspepsie, ulcus pepticum en hooikoorts.

Silybum marianum, mariadistel, bonte of Schotse distel is een eenjarige of tweejarige plant van de familie Asteraceae. De plant heeft paarsrode bloemen en glanzend lichtgroen blad met witte nerven. De Griekse arts, farmacoloog en botanicus Dioscorides, auteur van de Materia medica, is de bron van de geslachtsnaam Silybum. Het achtervoegsel marianum dankt de plant aan de Heilige Maagd Maria die volgens de overlevering bij het voeden van haar kind melk op de bladeren morste en de nerven zo hun kleur gaf. Oorspronkelijk komt de mariadistel in Zuid-Europa en Azië voor, maar nu is hij over de hele wereld te vinden.

Toepassingen van mariadistel
De toepassing van mariadistel gaat ver terug in de tijd. Zo werd in de klassieke oudheid de plant door de Grieken gebruikt voor de behandeling van lever- en galblaasziekten en om de lever te beschermen tegen giftige stoffen. De 12e-eeuwse abdis en kruidengeneeskundige Hildegard von Bingen adviseerde mariadistel tegen “steken in het hart en andere organen van het lichaam”.

Met bijna 4.200 wetenschappelijke publicaties op de biomedische database Pubmed is de mariadistel met zijn werkstoffen bijzonder goed onderzocht. De internationaal invloedrijke Commissie E, de wetenschappelijke adviesraad van het Duitse Instituut voor Drugs en Medische Hulpmiddelen (BfArM), beveelt mariadistel aan voor de behandeling van dyspepsie (spijsverteringsklachten), toxische leverbeschadiging, chronische inflammatoire leveraandoeningen en levercirrose. De sterk ontgiftende werking van mariadistel vindt ook in moderne tijden toepassing. Zo wordt silibinine (silybine), de hoofdwerkstof van mariadistel, in Duitsland onder meer gebruikt tegen intoxicatie door de potentieel dodelijke gifstoffen van de groene knolamaniet (Amanita phalloides), amatoxine en phalloïdine. Vanwege het verhogen van de celgevoeligheid voor insuline en de stabiliserende werking op de bloedsuikerspiegel worden kruidenpreparaten met mariadistel steeds vaker ook bij diabetes mellitus type 2 ingezet.

Samenstelling
Het hoofdbestanddeel van mariadistel is het fenolencomplex silymarine. Onverwerkte gedroogde mariadistelzaden bevatten meestal 4% tot 6% silymarine. Traditionele extracten van mariadistel bestaan voor 65 tot 80% uit silymarine en voor 20 tot 35% uit vetzuren en andere polyfenolen. Silymarine bestaat op zijn beurt weer uit diverse flavonoïden. Minimaal zeven daarvan hebben als bouwsteen een voorloper van lignine, coniferylalcohol, en worden flavolignanen genoemd. Van deze stoffen maakt silybine ongeveer 70% van de totale samenstelling van silymarine uit en heeft het belangrijkste biologische effect. Silybine bestaat in de vorm van twee isomere verbindingen (gelijke molecuul maar andere structuurformule): silybine A en silybine B. Bijna al het wetenschappelijk onderzoek is gedaan met mariadistelpreparaten die zijn gestandaardiseerd op een silymarinegehalte van 70% tot 80%, waarbij silybine (A en B) als referentie wordt gebruikt. Waarschijnlijk omdat silybine de hoofdcomponent en -werkstof is, worden in het dagelijks gebruik de termen silymarine en silybine door elkaar gebruikt.

Werking
Silymarine heeft sterke antioxidatieve eigenschappen. Het complex neutraliseert vrije radicalen, stimuleert antioxidantenenzymen zoals superoxide dismutase (SOD), glutathionperoxidase en catalase en remt de oxidatieve afbraak van lipiden (lipideperoxidatie). Bovendien werkt silymarine antagonistisch op tal van leverbeschadigingsmodellen (hoe leverschade tot stand komt). De therapeutische werking is gebaseerd op twee invalshoeken of werkingsmechanismen. Ten eerste verandert silymarine de structuur van het buitenste celmembraan van de levercellen (hepatocyten) op zodanige wijze dat toxische stoffen niet kunnen doordringen tot in het binnenste van de cel. Hetvoorkomt de binding van gifstoffen aan membraanreceptoren door ze te blokkeren. Aan de andere kant bevordert silymarine de activiteit van het kernenzym polymerase A met als gevolg een verhoogde ribosomale eiwitsynthese. Dit stimuleert het regeneratievermogen van de lever en de vorming van nieuwe hepatocyten. De aanbevolen dagdosering bedraagt 200-400 mg silybine.

Mariadistel bij diabetes
Naast het gebruik bij lever- en galblaasaandoeningen heeft mariadistel de laatste jaren aandacht gekregen door zijn hypoglycemische eigenschappen. Uit onderzoek blijkt dat de behandeling met silymarine (driemaal 200 mg per dag) bij type 2-diabetespatiënten gedurende vier tot zes maanden een gunstig effect heeft op de verbetering van het glycemische profiel. Mariadistel verhoogt de insulinegevoeligheid en heeft daardoor een verlagend effect op de bloedsuikerspiegel. Terwijl mariadistel eenzelfde effect als hypoglycemische medicatie heeft, heeft dit fytotherapeuticum het grote voordeel boven de farmaceutische middelen dat het geen nadelige bijwerkingen heeft. Bij gebruik van kruidenpreparaten met mariadistel in combinatie met andere hypoglycemische middelen, kunnen mogelijk interacties optreden.

Optimale opneembaarheid
Voor een effectieve orale therapie is de biologische beschikbaarheid van mariadistel van groot belang en bepalend voor de kwaliteit van een supplement. De meeste bioactieve stoffen uit planten hebben een slechte tot matige biologische beschikbaarheid. Silymarine is hierop geen uitzondering. De belangrijkste redenen hiervoor zijn slechte oplosbaarheid in water, inefficiënte darmabsorptie, een verhoogd metabolisme van de eerste leverpassage na absorptie en snelle uitscheiding in gal en urine. Bij suppletie dient rekening te worden gehouden met deze factoren.

Sylimarine wordt als veilig beschouwd, zelfs in doses tot 13 gram per dag, en heeft geen bekende bijwerkingen.